Geblesseerd

Hoe meer make-up ik aanbreng, hoe beter ik iemand kan wijsmaken dat ik geen kinderen heb. Wallen voorzichtig gecamoufleerd, rimpeltjes verstopt, ogen in de verf gezet. Yes, daar is ze: Karolien. Andere oorbellen dan de gewoonlijke knopjes (onmogelijk grote oorbellen te dragen in het bijzijn van Renze, die trekt daar zonder twijfel aan), nog snel in mijn leukste jurk glijden en sneakers om het af te maken. Ik kijk er zo naar uit: enkele uren onbezorgd zijn, thuiskomen met nieuwe verhalen en nieuwe ontmoetingen. Net als vroeger.
“Hoe gaat het met Thijme?” “Zeg, ik hoor dat jij vier kinderen met autisme hebt, klopt dat?” “Mag ik iets vragen: waar kreeg Renze zijn diagnose?” “Ach, zo erg!” (Dat laatste terwijl ze hun hoofd licht schuin houden en hun ogen wat dichtknijpen om hun medeleven extra te benadrukken.) Ik begin aan mijn tweede wijntje en heb geen enkel gesprek een andere draai kunnen geven. Hoe meer de avond vordert, hoe minder zin ik heb om iemand aan te spreken. Ik blijf proberen. Gesprekken over collega’s, jeugdbewegingen, binnenspeeltuinen, weekends zonder kroost: als ze niet over mijn kinderen beginnen, praten ze over onderwerpen die tot een ver verleden behoren. Mijn eerste glas Cola Zero drink ik alleen op een kruk. Ik, degene die zo genoot van losse babbels en hopen mensen, voel me eenzaam in de massa. Ik kijk naar hen als een geblesseerde speler naar een voetbalwedstrijd, supporterend voor een spel waar ik de regels perfect van ken en waar ik ooit in uitblonk, maar dat ik niet meer kan spelen. Zij kijken naar mij met medelijden, blij dat ze wel op het veld staan. Straks, als de medailles worden uitgedeeld, krijg ik er ook eentje. Apart. Alleen.
Ik verwijder traag de make-up. Veeg per veeg komt terug wat ik vanavond wou verstoppen. De voedingspomp piept. Het klinkt meer dwingend dan ooit tevoren. “Mama, ik kan daardoor niet slapen!” Ik haal in een beweging alle camouflage van mijn gezicht. Bij mijn laatste blik in de spiegel kijk ik in de groene ogen van Renze, zie ik de sproeten van Thijme, de mond van Aukje en de gezichtsvorm van Dieuwke. “Geen zorgen, lieverd. Mama komt.”

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , , | 3 reacties

Wat ik je wil zeggen

Ik krijg regelmatig berichten van ouders die nog aan het begin staan. Zij vermoeden autisme bij hun kind of kregen net een diagnose. Dit wil ik hen zeggen. 

Je had vast een zware nacht. Het logische vervolg op die loodzware dag. Altijd dramt het, zonder pauze: “Autisme. Mijn kind heeft autisme.” Als je naar hem kijkt, is dat het eerste dat je denkt. Als je hem hoort, hoor je enkel dat. Het is een mantra, onlosmakelijk met hem verbonden. Autisme. Autisme. Autisme.

Je hebt het vast al tientallen keren verteld: “Autisme. Hij heeft autisme.” Je bent geloofd en getroost. Door mensen zonder gelijkaardige ervaring die volgens jou geen recht tot troosten hebben. Je bent verweten voor leugenaar en onterechte plakker van etiketten. Door mensen die er niks van kennen en die geen recht tot verwijten hebben. Ook al draai je de conversatie in een andere richting, toch blijf je het horen, dat stemmetje in je hoofd. Autisme. Autisme. Autisme.

Je hebt er vast al heel wat boeken over gelezen. Als je een boek kiest in de bieb of bestelt online is je raadgever die steeds terugkerende zin: “Autisme. Hij heeft autisme.” Je leest, verdiept, verdwijnt. Allemaal in boeken over dat ene thema. Hoe kan je een roman volgen nu je dit weet? Hoe kan je genieten van een triller nu je nieuws hebt gehad waardoor je hele wereld kantelt? Welke letters ook voor je dansen, je hersenen vormen toch telkens hetzelfde woord. Autisme. Autisme. Autisme.

Je hebt het vast al gevoeld, het scala aan emoties. De woede, het verdriet, de angst, de zoektocht naar schuldigen, de ontkenning, de teleurstelling, de jaloezie. Alle emoties door hetzelfde gevoed: “Autisme. Hij heeft autisme.” Alle emoties even intens, elkaar afwisselend in een razend tempo. Elkaar aanwakkerend, ondersteunend en tegenwerkend. Je denkt het. Huilt het. Roept het. Gooit het. Altijd. Constant. Autisme! Autisme! Autisme!

Ik wil je dit even zeggen. Ik heb het ook gevoeld. Vier keer opnieuw. Ik heb ook gedacht dat het nooit zou verdwijnen. Dat mijn leven voor altijd, zonder stoppen, alleen nog maar autisme zou ademen. Dat het mij voor altijd ongelukkig zou maken. Dat ik mijn kind nooit meer los van zijn autisme zou zien.

Ik wil je dit even zeggen. Met warmte vertellen. Het betert. Ooit. Echt. Er komt een dag dat je naar hem kijkt en dat je niet meer als eerste aan zijn autisme denkt. Je zal een hele avond babbelen zonder het onderwerp aan te raken. Grenzen en dromen worden verlegd en je zal je nog maar vaag herinneren waar ze voorheen lagen. De momenten met negatieve emoties zullen korter duren. Nooit helemaal weg, maar minder aanwezig. Tot je naar je leven kijkt en voelt: “Eigenlijk ben ik overwegend gelukkig. Ook met een kind met autisme.” Het is alleen een proces dat tijd vraagt. Laat je niet haasten. Neem wat je nodig hebt.

Dat wil ik je even zeggen. Jou alleen. Van ouder tot ouder. Omdat ik het begrijp.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , | 3 reacties

Keuzes

Voor heel veel ouders is het vanzelfsprekend. Ze sturen hun kinderen naar een kleuterschool dichtbij. (Heel de kroost naar dezelfde school natuurlijk.) De kinderen blijven daar een hele tijd: ze doorlopen hun kleuterklassen en daarna hun lagere school. Dan komen pas de eerste keuzes: welke middelbare school, welke studierichting? Beslissingen die hun kind op dat moment mee kan nemen, want hij of zij is tenslotte al twaalf.
Voor gezinnen met kinderen die net iets anders zijn, begint de zoektocht veel vroeger. Op een moment waarop hun kinderen nog niet kunnen mee beslissen, wat de druk volledig op de schouders van vaak al overvraagde ouders legt. Thuisonderwijs? Geen onderwijs? Gewoon onderwijs met ondersteuning? Toch maar buitengewoon? Een voltijds traject? Bepaalde dagen thuis? Springen, of misschien net blijven zitten? Welk type? Welke school? Busvervoer of opvang? Semi- intern?
Ik nam de voorbije jaren heel wat beslissingen. In juni was dat niet anders. Ik had twee maanden om te tobben. Twee lange, zware maanden waarin de twijfels over een volgend schooljaar nooit ver weg waren. Ontelbare slapeloze nachten en ettelijke gesprekken werden aan de schoolkwestie gewijd. Donderdag werd het anders.
Donderdag was ik met drie van mijn vier kinderen in hun type 9- school. (Kind vier had medisch een te zwaar traject die week om hem mee te nemen.) Zodra ze uit de auto stapten, werden ze in armen gesloten. Ze werden omhoog getild om extra te kunnen knuffelen. Juffen, meesters, logopedisten en zowat iedereen die hen kent, zetten alles aan de kant of gingen op hun hurken zitten om die enthousiaste kinderen van mij met nog meer warmte te overladen. Ik hoorde uitspraken als: “Hey vriend, ik heb je gemist!” en “Je bent gegroeid, maar gelukkig kan ik je nog optillen en knuffelen!” Oprecht, met een open houding en fonkelende ogen, werd mijn kroost terug verwelkomd in hun school. Ik kreeg wat lucht. Ze worden daar graag gezien. Dat is de meest waardevolle start. De rest ontdekken we wel. Ergens in de komende tien maanden. Ergens in het schooljaar dat maandag weer start. Succes allemaal!

 

54EA421D-3DFA-432F-8F0D-A6AE6ACE8ECF

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , , , , | 4 reacties

Barry in nood

Barry heet hij, onze nieuwe huisgenoot. Hij is wit gevlekt, heeft vier poten, een staart en miauwt klaaglijk als hij aandacht wil. Hij is een kind extra, alleen zachter. Hij slaapt ook meer. Dat staat me wel aan. Hij spoelt zijn uitwerpselen niet door. Dat is dan weer minder. Een mens kan niet alles hebben.
Hij is nogal avontuurlijk, onze nieuwe vriend. Hij klautert en springt door de woonkamer, wat de kinderen (de menselijke soort welteverstaan) geweldig vinden. Soms toch. Soms vinden ze het ronduit vervelend als die kleine haarbol hun spel bruusk verstoort. “Barry, geef die Pokémon terug!” “Nee, Barry, niet de puzzelstukjes!” “De kabel van de Ipad, Barry, daar bijt je niet op!” Het arme beest snapt er niks van. Het ene balletje is speelgoed, het andere zogezegd Playmobil? Geen kat die dat begrijpt. Zeker Barry niet.
Het is tijdens zo’n ‘Barry krijgt geen aandacht’- moment dat het fout loopt. De meisjes zijn aan het kleuren, Thijme speelt op de Nintendo en Renze op de Ipad. “Nee, Barry, nu niet!” Barry besluit dan maar zijn eigen spel te maken. Over de zetel, onder de salontafel, over de schommelstoel, naar een metalen mand vol dekens. Hij klautert langs de buitenkant aan de mand omhoog en wil door de spijlen heen de mand binnenkruipen. Zijn kop past er nipt door. Zijn lijf niet. In paniek wil hij zijn kop terug naar buiten trekken, zonder succes. Hij begint met zijn poten extra steun te zoeken, waarbij hij wild in het rond krabt en net alle steun verliest. “Barry, je hangt jezelf op!”
Luid miauwend trekt Barry de aandacht van vier van de vijf aanwezigen in huis. Dieuwke en Aukje reageren als eerst. Ze kijken even naar de kat in nood, beginnen hard te schreeuwen en rennen huilend naar buiten, het tuinhuisje in. Thijme heeft ondertussen ook door wat er gebeurt. Hij blijft enkele seconden als versteend staan. Dan springt hij in de zetel achter zich, steekt zijn hoofd onder een kussen en blijft liggen, zonder ook maar iets te bewegen, met zijn hoofd verdwenen en met zijn poep in de lucht. In een andere situatie had dit zicht me zonder twijfel de slappe lach bezorgd. Ik sta in de keuken, spurt in enkele seconden naar de onfortuinlijke kater en ondersteun zijn achterpoten, zodat de dreiging tot stikken in elk geval verdwenen is. Renze kijkt niet op. Hij speelt op de Ipad, weet je nog? Miauwende katten, schreeuwende zussen, lopende mama’s: ze halen hem niet uit zijn spel. Een mens moet prioriteiten stellen.
Na een paar minuten slaag ik erin Barry’s hoofd te bevrijden. Vraag me niet hoe, maar uit het niets blijkt dat kopje toch weer door die spijlen te passen. Ik laat me zuchtend achterover zakken en overschouw de situatie. Ik hoor de meisjes nog steeds in paniek roepen in het tuinhuisje, Thijme bevindt zich nog onbeweeglijk in dezelfde positie in de zetel en Renze heeft nog altijd niet door wat er zich langs hem afspeelt. Ik ga terug over tot actie en troost, stel gerust en laat met rust.
Heldhaftig kan je ze niet noemen, die kroost van mij. Onverwachte situaties, om de een of andere reden is dat gewoon niet hun ding. Ik kan alleen maar hopen dat ik nooit in nood verkeer met alleen mijn kinderen in de buurt. “Barry, red mij!”

 

image1 (1)

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , | 2 reacties

Verslagen

De jongste zoon wil weer niet eten. Hij zit in de zetel en weigert resoluut om nog maar in de buurt van de tafel te komen. Ik jaag me niet op. Nochtans zou ik beter boos worden. Echt boos. Verdorie, Renze! Voor de vakantie was ik zo fier, want hij woog maar liefst de volle twintig kilo. Nog niet bijster veel voor een kind van zeven, maar hij was wat bijgekomen. Eindelijk. Als beloning nam ik hem zelfs mee naar de Quick. Nog stiekem wat grammetjes kweken in de vorm van een Magic Box. Maar nu is hij op een maand tijd terug meer dan een kilo kwijt. Verdorie, verdorie, verdorie. Eet!
Na een lange discussie krijg ik hem aan tafel. “Een sandwich. Met choco”, vraagt hij overbodig. Het is het enige dat hij nog af en toe binnen krijgt. Als de sandwich nog niet half verdwenen is, stopt hij. “Genoeg.” Hij zit al in positie om van zijn stoel af te racen. “Wacht!”, roep ik duidelijk. Ik besluit even alle pedagogische principes overboord te smijten. Na woede, onverschilligheid, informeren, smeken en verdriet, gooi ik het over een andere boeg: die van angst.
“Als jij zo verder doet, moeten we je een peg-sonde geven, net als Thijme. Niet voor medicatie, maar om je eten te geven door die sonde.”
Renze denkt na. Ik zweer dat ik de radartjes in zijn hoofd hoor draaien. “Welk eten is dat dan?”
“Dat is vloeibaar eten. Het lijkt op melk, maar is het niet. Er zit alles in om je te laten groeien. Alles wat je eigenlijk gewoon via je mond moet eten. Wat jij dus niet doet.”
“Maar dat komt dus niet IN mijn mond?” Hij denkt nog dieper na. Hij broedt op iets. Ik word ongemakkelijk. Glimlacht hij nu? Ik wou hem net afschrikken.
“Nee, dat komt niet in je mond…”, zeg ik twijfelend.
“Ideaal!” Nu lacht hij luid. “Dan moet ik geen eten meer in mijn mond voelen. En moet ik daarvoor aan tafel zitten?”
Zoekend naar hulp kijk ik rond. Dieuwke zit naast me en haalt haar schouders op. Nee, zij weet het ook niet meer. Ik heb mezelf vastgezet, ik moet mezelf bevrijden. “Daar kan je mee rondlopen. Maar Renze…”
“Wauw, dat is echt een goede oplossing. Dan is eten geen tijdverspilling meer. Goed mama, ik ben akkoord. Regel het maar.” Hij springt op van zijn stoel en nog voor ik de kans krijg om te reageren, is hij alweer verdwenen in de wereld van de Ipad. Ik blijf verslagen achter. Verdorie, dat liep wat anders dan verwacht. Verdorie, verdorie, verdorie. En toch kan ik maar met moeite mijn lach inhouden. Renze toch. Mijn Renze toch. Blijkbaar ga ik op zoek naar een nieuw plan.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , | 1 reactie

Drieëndertig

7E53E372-5346-4113-B14B-9FB3BE3685D1

 

Ik word 33. Drieëndertig! Klinkt ineens zo vreselijk oud. Ik stond op het punt om urenlang te huilen en kilo’s antirimpelcrème te gaan kopen. Misschien mijn haar grijs laten en mijn borsten laten hangen? Een jongere minnaar voor mijn moraal? Of terug gaan fuiven tot in de vroege uurtjes? Ik was er nog niet uit. Gelukkig was er mijn jongste zoon. “33 is keicool mama! De coolste leeftijd die er is. Ik zal eens iets zeggen: 3+3=6. En 3×3=9. En als je 6 ondersteboven zet, heb je een 9. Dat is cool, he?” Ik ga de antirimpelcrème laten. 33 is de coolste leeftijd ooit! (Over de minnaar denk ik nog na.)
Ik vond wel dat ik een cadeau had verdiend. Niet dat ik wil klinken als een goedkope shampooreclame, maar ik moet hier toch even het volgende kwijt: “Want ik ben het waard.” Al maandenlang lonk ik naar hetzelfde ding. Object. Voorwerp. Ach, dezelfde e-reader dus. Hij heet Kobo en ik wil hem. Ik wil zijn design en zijn letters en zijn handige meeneemformaat zodat ik niet steeds die dikke boeken in mijn handtas moet proppen. Ik wil dat hij me ontspant en meeneemt. Maar dan denk ik aan Tom Lanoye. En wil ik Kobo niet meer.
Tom Lanoye. Hij is mijn eerste echte literaire liefde. Nadat ik vanaf mijn vijfde levensjaar Roald Dahl had verslonden en jarenlang las, en las, en las, stond de boekenlijst die ik op mijn veertiende van mijn leerkracht Nederlands kreeg me serieus tegen. “Heb ik al allemaal gelezen.” Ik had een geweldige leerkracht Nederlands die mijn ongenoegen rook en stiekem zei: “Als de directie dit weet, doen ze me iets: lees eens Tom Lanoye. Oké, soms wat seksueel getint, maar ach, je bent verstandig genoeg om dat te filteren. En net of je niet weet wat een man tussen de benen van een vrouw gaat doen? Lees hem en maak je taak over zijn boek.” Een dag later lag Het goddelijke monster op mijn nachtkastje.
Het is het eerste niet- jeugdboek dat ik me herinner. Ik snuisterde al een tijd in de volwassen literatuur, maar deze was anders. Ik werd verliefd. Echt verliefd. Met tranen, gelach, rode oortjes en momenten die ik moest herbeleven omdat ik er maar niet genoeg van kreeg. Ik moest hem steeds opnieuw aanraken en bij me hebben. Ik wou in hem verdwijnen, in die perfect geplaatste woorden en die zinnen die samen dat prachtige verhaal maakten. Ik wou haar zijn, het hoofdpersonage, al is ze niet te benijden. Ik wou hem zijn, de schrijver, en kunnen wat hij kan. Ik wou alles. Ik wou hem. Voor altijd.
Hij is homo, ik weet het. Ik heb nu eenmaal een ding met homo’s die ik wil. Zo wil ik ook Jani omdat die kan beoordelen of mijn achterwerk in een kokerrok kan. (Waarschijnlijk niet, maar dan weet ik wel het alternatief.) Ik wil ook Wentworth Miller. Het lijkt me redelijk duidelijk waarom, sommige dingen moet je als 33- jarige vrouw gewoon niet uitleggen. Maar soit, ik wijk af. Het ging over Kobo en Tom. En het verband tussen die twee. Wel, na mijn crush op Tom, na mijn hartstochtelijke en eerste literaire orgasme, was ik nog gekker van boeken. Ook van de geur en de pagina’s die tussen mijn vingers gleden. Dus toen die e-readers op de markt kwamen, zwoer ik ze nooit te kopen. “Nee, ik niet hoor. Ik koop échte boeken. Echte hè! E-readers, pff, zo wannabe literair.” Dan kwam mijn geweten: “Maar boeken nemen zoveel plaats in. En ze zijn duur, Karolien, duur.” Ze hebben heel wat discussies gevoerd, de hoogdravende intellectueel en de praktisch ingestelde Karolien. (Ik vind ze allebei niet zo leuk, al hebben ze hun momenten.) De dure boeken werden te duur. De kastruimte werd te beperkt. “De bieb dan maar, je leent maar in de bieb. Alles beter dan een e-reader.” (Dat was de intellectueel weer. Onnozel principieel kreng.) Toen kwam Zuivering uit. Tom Lanoye, inderdaad. Eerste druk: september 2017. In de bieb al bijna een jaar gereserveerd maar nog steeds niet bij mij geraakt. Ik. Wil. Tom!
Ik heb hem. Voor mijn verjaardag. Kobo, daardoor ook Tom. Zuivering is puur genieten, ook op een e-reader. De praktische Karolien had eerder mogen winnen. Kobo en Tom: jullie zijn een match! En ik ben er mij van bewust: ik heb zonet Tom Lanoye en Jani in dezelfde tekst gebruikt. Je ne regrette rien.

 

Geplaatst in Geen categorie | 8 reacties

Omdenken

Omdenken door Renze (7 jaar, ASS en ADHD): “Mama, eigenlijk toch goed dat het veel te warm is. Nu kan ik ‘s middags niet buiten spelen en kunnen we niet naar drukke speeltuinen enzo, dus heb ik extra veel tijd om rustig mijn moeilijke puzzels te maken.”

15E8EB47-03A0-4412-875C-8D2FE12A302B

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen